Golden Retriever Boeke op het strand
Alle Hondenverhalen,  In Dierbare Herinnering

Boekemântsje, gouden hart

Frouck schrijft aan haar Golden Retriever Boeke:

Op 18 april 2014 nam ik na twaalf en een half jaar afscheid van jou, Boeke. Voorgoed. En dát kan ik nog steeds niet helemaal bevatten. In golven overvalt mij het besef dat je er niet meer bent me nog steeds. Dertig jaar heb ik op je gewacht. Al het goede komt langzaam zeggen ze. En Boeke, die uitspraak heb jij dubbel en dwars bewezen.

Daar kwam je mijn leven in gerollebold. Kleine, blonde stinkerd. Eindelijk. De dikste en grootste reu uit een nest van acht prachtige pups. Acht weken jong en vanaf de eerste seconde dat ik je in mijn armen sloot, was jij meteen zo thuis en zo vertrouwd.

Op jouw leven terugkijkend is het bijzonder om te zien hoe jong een eigen karaktertje al in een wezentje zit. Alles wat je vanaf begin aan vertoonde, bleek later allemaal direct al je in karakter verankerd te zitten.

Mijn prachtige Golden Retriever Boeke. Uiterlijk was je een pracht van een reu. Groot. Prachtige kop. Prachtige bouw. Prachtige vacht. De mooiste ogen. Van binnen was je nog veel mooier. Laconiek, rustig, zelfverzekerd, zelfstandig. Lomp maar ook zo teder. En zo ontzettend vrolijk. Blij ei! Enthousiast en gevoelig. Stoer en zacht. Levensgenieter.

Op de hondenschool typeerden ze jou toen je twaalf weken oud was, als ‘gereserveerd zelfstandig’. Jij bepaalde zelf wanneer je kwam of niet. Of je netjes naast me zou blijven of niet. Hoewel je een ‘bourgondiër’ was in je eetgedrag, was je tijdens trainingen niet te verleiden, noch om te kopen met lekkers. Je hebt je gehoorzaamheidstrainingen met vlag en wimpel gehaald maar wel op jóuw manier. Niet op de mijne. Jij bepaalde zelf of je iemand vrolijk begroette of straal voorbij liep, al naar gelang je interesses op dat moment. Ultiem gehoorzaam of volgzaam zou je nooit worden. Evengoed kon ik me geen trouwere vriend wensen.

Daar stond tegenover dat je heerlijk zelfstandig en makkelijk was. Alleen zijn kon je prima. Bang was je niet snel. Gezelschap was natuurlijk altijd leuker. Hoe meer zielen hoe meer vreugd. Toch wilde je duidelijk ook je eigen ‘zelf-en-alleen-doen’ momenten.  In- en inlief voor mens en dier. En indien nodig: een enorme macho naar alles wat jij als bedreigend voor mij ervoer. Beschermend. Verder vond je alles goed en leuk. Als je maar mee mocht. Als je er maar bij kon zijn. Met je grote neus overal in. Afwasmachines bijvoorbeeld. Of vuilnisbakken. Of met Sinterklaas kadopapier verscheuren… …of de surprises. Tosti’s ’s nachts in de kroeg. Slagroom van Hans. Koekjes van Marjolein. Een stukje ham in de broodjeswinkel.

Golden Retriever Boeke en Frouck
Boeke & Frouck

Je was Golden Retriever ten voeten uit…. Dat wil zeggen: op het gebied van eten. Daar hield het ook wel mee op voor wat betreft het Retrieverbloed. Werkelijk ALLES lustte je en als ik niet uitkeek, ging ook álles naar binnen. In drie seconden. Liefst, als ik het nét niet zag.

‘Retrieven’ heb je nooit gedaan. “Ga lekker zelf die stok maar halen”, zei je prachtige blik. “Ik heb interessantere dingen te doen”. Zoals in moddersloten springen en zo vies mogelijk worden. Of paardenpoep eten  (of erger)…. En óveral aan snuffelen. Liefst een half uur per groene of bruine centimeter. Heerlijk rondzwerven en scharrelen. Dat was wat jij het liefste deed. Graag wel mét mij, maar de keren dat ik je in de buurt moest gaan zoeken, omdat je alleen op stap was gegaan zijn ontelbaar.

Jij was er altijd Boeke. Jij en ik. Het was Boeke en Frouck. Frouck en Boeke. Bouke & Froeke voor de grap. Als je niet mee ging, was de eerste vraag altijd “waar is Boeke?”. Als ik met je verscheen klonk altijd een enthousiaste “Hey Boeke” en van iedereen kreeg je een aai over je grote blonde kop.

Mijn grootste vriend. Wat hebben we veel beleefd samen. Wat heb ik een zorg om je gehad. Jij waarschijnlijk ook om mij! Zorg om je elleboog in de eerste jaren en in je laatste maanden om de kanker in je buik. Daartussen in: een prachtig leven op ons eiland Terschelling. Zóveel snuffelrondjes. Zo vaak zwemmen in zee. Rennen over het strand of in het bos. Zo vaak op visite. Zoveel mensen -en hondenvrienden. Zand gooien langs de waterlijn en Teletubbies kijken waar je om één of andere reden, vanaf de eerste week tot en met je laatste, gefascineerd naar lag te kijken. Mee naar het werk of gewoon lekker samen kneuteren in huis. Zo genoten hebben we.

Onze band was van begin af aan sterk, maar ik voelde hem elk jaar groeien. Tegen de tijd dat je ziek werd en wij onze laatste maanden ingingen, leek het of die band, zélfs door de dood, niet verbroken kon worden. Dat merkte ik aan je strijd tegen het einde. Je wil om zolang mogelijk bij me te blijven. Wij waren, nee wij zíjn verbonden. Voor eeuwig.

Ik had veel namen voor je Boeke. Ik noemde jou alles wat je op zulke momenten was:

  • Boekemântsje
  • Vrolijke Henkie
  • JoepiedePoepie
  • Boekevent
  • Boeke Sjok-Sjok, toen je ouder werd.

Maar steeds vaker gaf ik je één naam. Bij die naam noemde ik je toen je sterven naderde. In onze laatste maanden samen, toen duidelijk werd dat ik je zou verliezen aan die verschrikkelijke ziekte, gaf ik je die naam meer en meer. Ik noemde jou, wat jij zelf wás…en wat uit je poriën spatte. Boeke jij liep ervan over. Ik liep ervan over, voor jou.

Ik noemde jou: Liefde. “Dag liefde, ben je daar weer”? Dag liefde, wat heb je weer goed opgepast. Anderhalf jaar geleden verliet je mijn leven, maar nooit mijn hart.

Dag lieve Boeke, met je heerlijke koes-oor, waarbij ík degene was die mijn neus ergens in stak, en je flap-staarten, waarmee ik behalve je enorme pluim achterop je kont, ook de lange plukken haar tussen je tenen mee bedoelde….

Dag, Golden liefde.

Boeke, 2 weken voor hij overleed. - Foto's: Gert Kracht
Boeke, 2 weken voor hij overleed. – Foto’s: Gert Kracht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *